Gentse FLORALIËN, Floralies Gantoises, Ghent Floralies, Genter Floralien, Floralie di Gand Gentse FLORALIËN 2005_NL - Azaleas
it-ITen-US
 Tentoonstelling - Praktische info Riduci
Gentse FLORALIËN  -  Floralies Gantoises - Ghent Floralies - 
Genter Floralien - Floralie di Gand
Click on the Photos
 
 
Tentoonstelling
Van 17 tot 25 april 2010 organiseert de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde zijn 34e editie van de Gentse Floraliën
Met deze Floraliën wordt een 200-jaar-oude traditie van de prestigieuze bloemen- en plantententoonstelling voortgezet. De ruime publieke belangstelling die de Gentse Floraliën geniet getuigt daarvan.
De Gentse Floraliën 2010 zijn verschillend van de Floraliën 2005.
Om U te blijven boeien, maar ook om onze rol als trendsetter te vervullen, blijven wij mee evolueren met de bestaande en de komende tuinbouw tendensen.
De Gentse Floraliën 2010 wordt één grote groen - belevenis. Met stijgende aandacht voor presentaties en tuingebeuren.
Binnen de vernieuwende tuin- en groenfilosofie heeft de Gentse Floraliën zijn reputatie bij U hoog te houden en U een blijvende zoektocht aan te bieden naar bewondering en verwondering.
 
Praktische info
Data : Van zaterdag 17 tot zondag 25 april 2010
Openingsuren: Van 08.00 u tot 18.30 u Toegang tot 17.45 u
Flanders expo: Maaltekouter 1, B-9051 Gent
Toegangsprijzen: Individueel : 20,00 € - 60 + : 17,50 € - Groepen vanaf 15 betalende personen : 17,50€ - Groepsarrangementen kunnen geraadpleegd en gereserveerd worden via www.floralieningroep.be - Tickets worden noch geruild, noch terugbetaald. De tentoonstelling is toegankelijk voor rolstoelpatiënten. - Gratis toegang voor de begeleider.  - Gratis toegang voor kinderen tot 12 jaar, begeleid door een volwassene. - Bestel uw tickets vanaf 15 november hier of via alle Free Record Shops.
 
Schoolgroepen: Toegangsprijs: 3 EUR per leerling, verplicht begeleid door een leerkracht en enkel op schooldagen tussen 8u en 12u.  - Gratis toegang voor de leerkracht.
Op voorhand te reserveren op 09/241.50.90 of via isabelle.vanloocke@floralien.be
 
Cijfers die tot de verbeelding spreken: 4,5 ha binnentuin, de grootste ter wereld -2 km wandelparcours - 300.000 bezoekers - 60.000 genodigden op de nocturnes - 500 prijskampen  - 305 exposanten - 24 wereldvermaarde bloemsierkunstenaars - 22.000 m³ grond - 440 m² vijveroppervlakte - 8 spectaculaire fonteinen - Buitenlandse deelnames vanuit Canada, China, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Israël, Italië, Japan, Zuid Afrika, Nederland en de Verenigde Staten - 6500 parkeerplaatsen - 200 touringcars - 700 medewerkers

    
 Text/HTML Riduci

 

Hesters BVBA - Azaleas and Flowers Plant

Hortinno Azaleas

 


    
 Text/HTML Riduci

Floralie de Gand - Gentse Floraliën - Floralies Gantoises - Floralies of Ghent - Genter Ffloraliën

FlowerFinder - Navigatore varietale - Bloemespuerder - Blumen-finder - Trouver de fleurs


    
 Onstaan en historiek van de Genste Floraliën Riduci
Onstaan en historiek van de Genste Floraliën
 
De burgerij en de adel die in de achttiende eeuw op de Gentse Kouter de grote kopers waren van de aangeboden ranonkels, tulpen, balsemienen en madeliefjes, verlangden ernaar ook meer exotische planten te bezitten. In de rijk geïllustreerde bloemenboeken (Florilegia) die in deze periode in het buitenland werden uitgegeven, zagen zij afbeeldingen van ongekende planten met zonderlinge, prachtige bloemen. Vooral in Engeland werden planten uit de overzeese gebieden ingevoerd en verder gekweekt.
Een pientere Gentenaar, de hovenier Frans Van Cassel (1745-1835), die uit interesse verschillende van dergelijke buitenlandse bloemenboeken had aangekocht, waagde omstreeks 1774 zijn kans.
Uit Engeland liet hij van bij de Engelse kweker Loddiges een rijke verzameling planten overbrengen om ze in zijn broeikassen en orangerie verder te kweken.
Toen in 1806 tijdens het Franse keizerrijk door Napoleon Bonaparte de continentale blokkade werd afgekondigd was hij één van de weinige tuinbouwers in Gent met een prachtige collectie zeldzame en uitheemse planten.
Telkens de gelegenheid zich voordeed trok hij naar Engeland om er de laatste nieuw ingevoerde specimens te gaan bekijken. Tijdens deze reizen bezocht Frans Van Cassel de tentoonstellingen waarop de Engelse kwekers hun nieuwe planten aan het publiek lieten zien.
 
De Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde (1808)
Op 10 oktober 1808 hield Frans Van Cassel met zijn collega's-hoveniers een bespreking in de landelijke herberg ‘Au Jardin de Frascati’, over de verkoopsmethodes die door de Engelse kwekers werden toegepast. De aanwezigen waren zo in de ban van zijn betoog en van het Engelse voorbeeld dat ze eveneens besloten een tentoonstelling in te richten. Het geëigende pad daartoe was de oprichting van een vereniging.
Nog diezelfde dag kwam in deze herberg, gelegen aan de Coupure Rechts in de buurt van de huidige Akkerstraat, de Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde tot stand. Vierendertig hoveniers en geïnteresseerden staan als stichters genoteerd.
 
De eerste plantententoonstelling in 1809 
Enkele maanden later, op 6 februari 1809, werd in herberg ‘Au Jardin de Frascati’ de eerste tentoonstelling van de nieuwe maatschappij gehouden. Men kan deze eerste bescheiden tentoonstelling geenszins vergelijken met de huidige Floraliën. De oppervlakte van de eerste opstelling besloeg nauwelijks 48 m2. Er stonden 49 planten die meedongen in een wedstrijd voor de allermooiste plant.
Een Camellia japonica en een Cyclamen persicum bekwamen respectievelijk een eerste en een tweede eervolle vermelding. De zilveren aanmoedigingsmedaille ging naar een Erica triflora. Maar alle tentoongestelde planten waren in die tijd erg zeldzame cultuurplanten.
Verder was de herbergzaal nog versierd met allerlei in bloei staande knolgewassen zoals hyacinten, tulpen, crocussen en narcissen. Een borstbeeld van keizer Napoleon overschouwde het geheel.
 
De halfjaarlijkse tentoonstellingen
Die eerste tentoonstelling was zo'n grandioos succes dat men besloot om voortaan elk jaar een winter- en een zomertentoonstelling te houden.
Aanvankelijk was de ruimte in de herberg voldoende groot om de aangevoerde planten op te vangen. Doch weldra diende men naar een andere locatie uit te kijken en men vond een zaal in het centrum van Gent, de Sodaliteit in de Korte Meer vlakbij de Kouter. Tijdens de wintertentoonstelling van 1810 werden reeds 243 planten tentoongesteld.
Herbergier Lanckman van de ‘Frascati’, die bevreesd was om zijn ruim cliënteel te verliezen, richtte in de Holstraat een koffiehuis in met aanpalend een "Zaal van Flora", om vanaf 1811 daarin de ‘bloemensalons’ te kunnen houden. Het succes van de tentoonstellingen was echter zo groot dat ook deze zaal snel te klein werd en opnieuw moest gezocht worden naar een uitweg voor het tentoonstellen van inmiddels meer dan 500 planten die vanaf 1815 bij elke nieuwe tentoonstelling werden aangevoerd.
Toen het huidige België na 1815 onder Nederlands beheer kwam, kreeg de Maatschappij door toedoen van Koning Willem I het predikaat ‘Koninklijk’ en werd haar een jaarlijkse dotatie toegekend.
In 1828 moest er reeds plaats gevonden worden voor 1200 planten. De Koninklijke Maatschappij ging hiervoor aankloppen bij het Gentse stadsbestuur, dat zeer goed begreep hoe belangrijk de bloemensalons waren voor de ontwikkeling van de tuinbouw in Gent.
De benedenzaal van het Stadhuis, de Pacificatiezaal genoemd, werd toen ter beschikking gesteld voor de tentoonstellingen.
In 1834 zou de vijftigste tentoonstelling, die samenviel met het 25-jarig bestaan van de Koninklijke Maatschappij, gehouden worden in de Aula van de Universiteit.
Maar ook het gebruik van beide ruimten bracht specifieke problemen met zich mee waardoor stemmen opgingen om een eigen gebouw op te richten.
 
De tentoonstellingen in het Casino (1836)
De opgang van de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde was niet te stuiten en men was steeds genoodzaakt om naar grotere ruimtes uit te zien.
Daarom werd in 1835 besloten een Naamloze Vennootschap op te richten onder de naam ‘Société Anonyme d' Horticulture et de Botanique de Gand’. Deze vennootschap zou instaan voor de bouw en de uitbating van een eigen gebouw, het ‘Casino’. Hiervoor werden 2500 aandelen van 100 BEF uitgegeven. Bijna alle aandeelhouders, waaronder Koning Leopold I met 80 aandelen, waren leden van de vereniging zelf of zeer toegenegen plantenliefhebbers.
Op 8 januari 1835 had de eerste bijeenkomst plaats met een 10-tal directieleden. Men voorzag heel wat tentoonstellingsruimte, een concertzaal voor 800 personen, een bibliotheekzaal, een restaurant, nog andere noodzakelijke ruimtes en een heuse tuinsite. De vermaarde Gentse stadsarchitect Louis Roelandt werd aangesteld als ontwerper.
De eerste steenlegging gebeurde op 2 juni 1835 en de inhuldiging had plaats op 15 augustus 1836. De eerste tentoonstelling werd gehouden op 12 maart 1837.
De gebouwen werden verhuurd aan de Koninklijke Maatschappij voor 1800 BEF per jaar, aan de Concertvereniging Sint-Cecilia voor 1200 BEF per jaar en aan de restauranthouder voor 2400 BEF per jaar.
 
De eerste vijfjaarlijkse Floraliën (1839)
De eerste grote vijfjaarlijkse tentoonstelling, die later de ‘Floraliën’ zou genoemd worden, had plaats in 1839. De naam ‘Floraliën’ werd pas voor het eerst gebruikt voor de vijfjaarlijkse tentoonstelling van 1873.
Reeds in 1866 moest het Casino verbouwd worden omdat het na verloop van tijd weerom te klein was geworden.
De laatste Floraliën die in het Casino plaatsvonden werden georganiseerd in 1908.
In 1914 zou in het Casino een laatste Rozententoonstelling gehouden worden.
Tijdens de oorlog 1914-1918 werd het Casino gebruikt als legerhospitaal. Op 19 februari 1920 werden de tuinen en de gebouwen door de Provincie Oost-Vlaanderen onteigend om er een ‘Hoge School van de Arbeid’ in onder te brengen. Rond 1930 werden de gebouwen gedeeltelijk gesloopt en getransformeerd, en kwam er de Veeartsenijschool van de Gentse Universiteit.
 
Het Floraliënpaleis in het Citadelpark (1913) 
In het begin van de twintigste eeuw werd uitgekeken naar een nieuw gebouw om de bloemententoonstellingen te organiseren. In het vooruitzicht van de wereldtentoonstelling van 1913 werd in het Gentse Citadelpark een aangepaste tentoonstellingsruimte opgericht. Het gebouw had een oppervlakte van 28.824 m2 met een grote hal van 170 m lang en 60 m breed. De warme serre voor de orchideeën en de palmen had afmetingen van 75 op 60 m. Deze serre zou in de jaren twintig omgebouwd worden tot een wintervelodroom, het zgn. ‘Kuipke’.
Het ‘Floraliënpaleis’, zoals het gebouw weldra genoemd werd en dat eigendom werd van de stad Gent, werd sindsdien kosteloos ter beschikking gesteld van de Koninklijke Maatschappij om de vijfjaarlijkse Gentse Floraliën te organiseren.
Niet minder dan 13 edities zouden in dit gebouw, dat nog verschillende malen werd verbouwd en aangepast, plaatsvinden. De laatste editie in het Floraliënpaleis (30.000 m2) vond plaats in 1985. Nadien moest men noodgedwongen verhuizen naar Flanders Expo.
 
De Floraliën in Flanders Expo (1990) 
Sedert april 1990 vinden de Gentse Floraliën plaats in de beursgebouwen van Flanders Expo (Sint-Denijs-Westrem). Andermaal werd de beschikbare tentoonstellingsruimte uitgebreid, ditmaal tot 43.000 m2.
Tijdens de voorbije edities van 1990, 1995 en 2000 werd maximaal gebruikt gemaakt van de ruimte om met niveauverschillen, wandelbruggen en waterpartijen de illusie van een echt parklandschap te scheppen in een perfect verlichte binnenruimte.
Naast de groepsdeelnames van de verschillende sierteeltgeledingen van ons land waren in de voorbije jaren ook enkele spectaculaire buitenlandse inzendingen te bewonderen.
De Floraliën zijn steeds de geliefkoosde ontmoetingsplaats gebleven voor al wie met de Gentse horticultuur begaan is. Bovendien zijn ze nog steeds hét symbool van de Vlaamse Sierteelt op het internationaal forum.
 
Literatuur
Gentse Floraliën - Sierteelt in Vlaanderen (1990), René De Herdt, Stichting Mens en Kultuur.